Over aseksualiteit

Aseksualiteit

Aseksualiteit is een breed begrip en de manier waarop het ervaren wordt kan per persoon verschillen. Desondanks houden wij voor de duidelijkheid de volgende definitie aan: het ervaren van geen of weinig seksuele aantrekking naar andere personen. Hiermee zien wij aseksualiteit net als heteroseksualiteit, homoseksualiteit, biseksualiteit en andere seksuele geaardheden als een seksuele identiteit. Hoewel het percentage in verschillende onderzoeken anders is, wordt er geschat dat 1% van de bevolking aseksueel is. Dit percentage is gebaseerd op een onderzoek gedaan door Anthony Bogaert in 2004 op basis van een enquête die in 1994 in Groot-Brittannië is uitgevoerd.[1] Tegenwoordig ligt dit percentage waarschijnlijk hoger, omdat de term steeds meer bekendheid krijgt.

Veel mensen denken dat aseksualiteit gelijk staat aan het ontbreken van een libido (seks drive; verlangen naar seks) of celibatair zijn (ervoor kiezen om geen seks te hebben). Hoewel er aseksuele personen zijn die geen libido hebben, is het ook mogelijk om aseksueel te zijn en wel een libido te hebben. Hetzelfde geldt voor celibatair zijn. Hoewel er aseksuele personen zijn die geen seks of seksuele handelingen willen, zijn er ook aseksuele mensen die om verschillende redenen wel seks hebben of bepaalde seksuele handelingen wel doen. Dit is bijvoorbeeld om kinderen te verwekken, voor hun partner of om omdat ze daar zelf van genieten. Of een aseksuele persoon interesse heeft in seks of in bepaalde seksuele handelingen verschilt per persoon en dit maakt goede communicatie belangrijk.

Het split-attraction model

Hoewel aseksuele personen over het algemeen geen seksuele aantrekking voelen, kunnen ze wel platonische, esthetische en sensuele aantrekking ervaren, zie Figuur 1. Daarnaast voelen veel aseksuele mensen ook romantische aantrekking (verliefdheid). Veel niet-aseksuele mensen hebben de ervaring dat hun romantische aantrekking verbonden is met seksuele aantrekking en dat deze overeenkomen. Voor aseksuele mensen is dit vaak niet het geval. Sommige aseksuele mensen voelen zich romantisch aangetrokken tot een andere persoon en kunnen verlangen naar een liefdesrelatie. Sommige aseksuele personen noemen zichzelf bijvoorbeeld heteroromantisch, homoromantisch of bi-/panromantisch en zo zijn er nog meer romantische oriëntaties mogelijk. In de aseksuele gemeenschap spreken we dan van het ‘split-attraction model’, waarbij de romantische en seksuele oriëntaties los van elkaar worden gezien. Ook zijn er aseksuele personen die geen romantische aantrekking ervaren. Zij noemen zich aromantisch.

Figuur 1: Verschillende vormen van aantrekking. Deze kunnen mensen tegelijkertijd voelen in verschillende combinaties of onafhankelijk van elkaar.

Vormen van aantrekking

Het zogenaamde ‘split-attraction model’ is niet alleen van toepassing op aseksuele mensen. Ook bij niet-aseksuele personen komt het soms voor dat de romantische oriëntatie anders is dan de seksuele oriëntatie. Het kan echter zijn dat dit vaker voorkomt of beter te merken is bij aseksuele personen. Desondanks kun je bijvoorbeeld ook aromantisch en heteroseksueel zijn of heteroromantisch en homoseksueel.

Aromantiek

De definitie van aromantiek die wij gebruiken is: het ervaren van geen of weinig romantische aantrekking naar andere personen.

Het feit dat iemand die aromantisch is geen romantische aantrekking ervaart, hoeft niet altijd te beteken dat diegene geen vaste relatie wil of wil daten. Sommige aromantische personen hebben bijvoorbeeld een vaste niet-romantische relatie die verder gaat dan de subjectieve, culturele norm voor vriendschap. In dit geval spreken we vaak van een queerplatonische relatie (QPR). Het niveau van intimiteit en/of gedrag tussen queerplatonische partners past vaak niet binnen de conventionele standaard voor vriendschap, maar ook niet voor die van een romantische relatie. Sommige QPR’s bevatten seks en/of elementen die over het algemeen worden gezien als romantisch.[2]

Het aseksuele spectrum

Niet iedereen binnen de aseksuele gemeenschap voelt zich ‘volledig’ aseksueel of vindt de term aseksualiteit bij zich passen. Daarentegen hebben deze mensen mogelijk hetzelfde gevoel bij niet-aseksuele identiteiten. Als je seksualiteit als een spectrum ziet met aan de ene kant aseksueel en de andere kant niet-aseksueel (zie Figuur 2), dan vinden deze mensen vaak dat zij in het tussenliggende gebied zitten. Dit tussenliggende gebied wordt het aseksuele spectrum (vaak afgekort als ace-spec) genoemd en mensen die zich daarmee identificeren gebruiken daarvoor vaak de term grijs-seksueel (ook wel gespeld als grijs-aseksueel) of een van de andere termen voor identiteiten die zich op dit spectrum bevinden. Meestal ervaren deze mensen seksuele aantrekking heel sporadisch, in mindere mate, onder specifieke omstandigheden of ze weten niet waar ze zich op het spectrum bevinden.

Omdat het aseksuele spectrum tussen twee uitersten van seksuele aantrekking zit, vormt het aseksuele spectrum een paraplu waaronder meerdere identiteiten vallen. Ook grijs-seksueel wordt soms als parapluterm gebruikt. Dit wordt echter ook als een op zichzelf staande identiteit gebruikt.

Naast grijs-seksueel zijn er nog andere identiteiten die onder het aseksuele spectrum vallen, bijvoorbeeld:

  • Demiseksueel: iemand die pas seksuele aantrekking ervaart als diegene een sterke emotionele band met iemand heeft.
  • Akoi-/lithseksueel: het niet beantwoord willen hebben van de seksuele aantrekking. De seksuele aantrekking kan verdwijnen zodra deze wordt beantwoord.
  • Frayseksueel: iemand die in eerste instantie seksuele aantrekking voelt, maar deze verdwijnt als er een emotionele band ontstaat.[3]
  • Quoi-/ WTF-seksueel: iemand die seksuele aantrekking niet van andere soorten aantrekking kan onderscheiden, of niet precies weet wat het inhoudt, en zich daarom niet kan identificeren als aseksueel of niet-aseksueel.
  • Aceflux: een fluctuerende oriëntatie die altijd binnen het aseksuele spectrum blijft, of een oriëntatie die fluctueert tussen het ervaren van veel aantrekking, een beetje aantrekking en geen aantrekking.[4]
Aseksuele spectrum

Figuur 2: Een visuele weergave van het aseksuele spectrum. Aan de ene kant staat aseksueel en aan de andere kant staat niet-aseksueel. Het aseksuele spectrum vormt een paraplu voor meerdere identiteiten.

Seksuele gezindheid

Binnen de aseksuele gemeenschap varieert de kijk op seks nogal. Sommige aseksuele personen moeten er niet aan denken om seks te hebben, terwijl anderen het misschien wel leuk of interessant vinden. Om deze verschillen te kunnen aangeven, zijn er vier termen die vaak gebruik worden:

  • Seks-gezind (sex-favourable): het lekker vinden seks, of het idee ervan. Aseksuele mensen die seks-gezind zijn gaan soms zelfs op zoek gaan naar seksuele partners.
  • Seks-onverschillig (sex-indifferent): neutraal staan tegenover seks of het hebben van seks. Sommige aseksuele mensen zouden er misschien in bepaalde situaties voor kiezen om seks te hebben. Bijvoorbeeld voor hun partner of om hun libido te bevredigen.
  • Seks-repulsief (sex-repulsive): een afwijzend gevoel hebben tegenover het idee van seks en tegen het hebben van seks. Vaak geldt dit dan ook voor seksuele afbeeldingen en porno, en soms zelfs voor bijv. seksueel getinte grapjes.
  • Seks-aversief (sex-averse): een afkeer hebben van seks en zelf geen seks willen.

Het is mogelijk om te fluctueren tussen deze termen. Dit kan afhankelijk zijn van de situatie of context. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand meer interesse heeft in seks wanneer diegene een relatie heeft, maar dat diegene buiten deze relatie een afkeer heeft van seks. Daarnaast is het ook mogelijk dat iemand in sommige seksuele handelingen wel interesse heeft en andere niet.

Deze termen moeten overigens niet worden verward met de termen ‘seks-negatief’ en ‘seks-positief’. Deze gaan over iemands maatschappelijke of politieke houding tegenover seks in het algemeen. Zo kan iemand seks-repulsief zijn en zelf geen seks willen, maar wel seks-positief zijn door voorstander te zijn van seksuele vrijheid en bijv. het geven van seksuele voorlichting.


Bronnen

[1] Bogaert, Anthony F. “Asexuality: Prevalence and Associated Factors in a National Probability Sample.”

Journal of Sex Research, vol. 41, no. 3, 2004, pp. 279-87. (link)

[2] www.aromanticism.org (19/7/2020)

[3] https://lgbta.wikia.org/wiki/Fraysexual (7-6-2020)

[4] Mardell, A; “The ABC’s of LGBT+”; Mango Media, 2016, ISBN13: 9781633534094