Help, ik ben een stereotype!

In fictie zijn er vaak personages die geïnterpreteerd kunnen worden als zowel aseksueel als autistisch. Voorbeelden zijn Sheldon Cooper uit The Big Bang Theory of Sherlock uit de gelijknamige BBC-serie. Dit zorgt voor allerlei vervelende stereotypes. Maar wat nou als je zelf zowel autistisch als aseksueel bent? Ben je dan een wandelend stereotype? Onze vrijwilliger Peter beschrijft hoe hij de intersectie van aseksualiteit en autisme ervaart.

Een tekening van de aseksuele vlag met daarop een oneindigheidsteken in regenboogkleuren. Naast de vlag liggen kleurpotloden.

Ongeveer een jaar geleden begon ik met het traject voor de diagnose autisme. Ik had al veel langer het idee dat ik mogelijk Autisme Spectrum Stoornis (ASS) heb, maar ik had nooit stilgestaan bij wat de invloed daarvan is op mijn leven. Pas toen ik me er meer mee bezig ging houden, begon ik de invloed van ASS op wie ik ben pas beter in te zien. Ik moest me opeens herijken. Het leek wel of alles wat ik over mezelf dacht te weten niet bleek te kloppen. Dat ik moeite had met flirten, dat ik me anders voel dan leeftijdgenoten of niet graag knuffel met mensen waar ik geen vrienden mee ben bleek opeens niet (alleen) te komen door het feit dat ik aseksueel ben. Zelfs een aantal van mijn ace-headcanons[1] bleken eerder autisme-headcanons te zijn. Ik begon me ook iets anders te beseffen: ik ben een stereotype.  

Aseksualiteit en autisme worden vaak als stereotype van elkaar gezien. Mensen met autisme worden vaak gezien als aseksueel en aseksuele mensen worden vaak gezien als autistisch. Het gevolg hiervan is dat beide gemeenschappen de link die tussen beide dingen wordt gelegd willen bestrijden of het onderwerp willen vermijden. Dit terwijl het wel bekend is dat aseksuele mensen meer kans hebben dan gemiddeld om autistisch te zijn (zie bijvoorbeeld Brotto & Yule 2017, en Weis et al. 2020). Hetzelfde geldt voor mensen met autistisme die zich vaker dan gemiddeld identificeren als aseksueel of andere niet-heteroseksuele identiteiten (zie bijvoorbeeld Spek et al. 2019, en Brotto & Yule 2017). Daarnaast zijn er veel overlappende stereotypes tussen aseksualiteit en autisme. Denk bijvoorbeeld aan minder empathisch zijn, graag op zichzelf zijn, ‘married tot he job’ zijn en het niet goed begrijpen van bepaalde gedragingen. Je zou denk ik een heel verslag kunnen schrijven over de manier waarop verschillende personages in fictie zowel als aseksueel als op het autismespectrum geïnterpreteerd kunnen worden. Hoewel ik weet dat het stereotypes zijn, knaagt dit toch aan me. Wat nou als ik bijvoorbeeld aseksueel ben door overprikkeling? Ook is dit weer iets dat ik moet vertellen als ik met iemand wil gaan daten. En mag ik nog wel één van beide groepen vertegenwoordigen?

Gedurende mijn behandelingen afgelopen jaar merkte ik ook hoe moeilijk het voor mij is geworden om open te zijn naar mijn (zorg)behandelaars en begeleiders over mijn seksualiteit als ze weten dat ik autisme heb. Dit terwijl aseksualiteit wel een onderdeel van mij is en ik ook hierdoor tegen bepaalde dingen aanloop. Bovendien helpt het ook niet dat er nog steeds behandelaars zijn die een verkeerd idee en een verkeerde definitie hebben van aseksualiteit. Daardoor ontstaat er voor mij angst dat ze het minder serieus nemen of denken dat ik aseksueel ben juist omdat ik een autistische persoon ben. En als dit al zo is bij behandelaars die er eigenlijk verstand van moet hebben, hoe zullen andere mensen of instanties er dan op reageren dat ik aseksueel en autistisch ben?

Langzaamaan kom ik op het punt dat ik mijn autismediagnose in combinatie met mijn aseksualiteit een plaatsje kan geven. Voor mijn gevoel zijn het twee delen van mij die ik los van elkaar voel, ook al kunnen ze overlappen. En zelfs als het één het gevolg is van het ander, dan maakt dat mij niet veel uit want beide dingen zijn onderdeel van wie ik ben. Als ik over mijn ervaringen vertel hoef ik niet over beide onderwerpen te praten, maar de combinatie van aseksualiteit en autisme heeft wel mijn identiteit gevormd en deze combinatie mag er ook zijn.

Meer informatie over of ervaringen met autisme zijn te vinden op de site van de Nederlandse Vereniging voor Autisme of AutiRoze. Daarnaast zijn er tijdens de International Asexuality Conference 2021 ervaringen van mensen op zowel het aseksuele spectrum als het autistische spectrum gedeeld tijdens het ‘Aces & Disability’-panel en het ‘Neurodiversity in the Ace Community’-panel.

Bronnen:

Brotto, L.A. & Yule, M.; “Asexuality: Sexual Orientation, Paraphilia, Sexual Dysfunction, or None of the Above?”; Arch Sex Behav. 2017 apr; 46 (3), Blz. 619-627

Spek, A., Borgesius, E., Van Dijk, L., Ruigrok, A., en Van der Miesen, A.; “Genderidentiteit en seksuele identiteit bij vrouwen met ASS”; De Psycholoog, 2019 mei; 5, Blz. 36 – 43

Weis, R., Tomaskovic-Moore, S., Bauer, C., Miller, T. L., Adroit, M., Baba, A., van der Biezen, T., Burns, R., Cotter, N., Dodson, K., G, L., Ginoza, M., Guo, Y., Hermann, L., Lee, W., McCann, S., Mellema, R., Meinhold, M., Nicholson, S., Penten, P., Trieu, T. H., Walfrand, A., Youngblom, K., & Ziebert, J.; “The 2017 and 2018 asexual community survey summary report.” Asexual Community Survey Team. 2020; https://asexualcensus.wordpress.com/2020/10/29/2017-2018-ace-community-survey-report, Blz. 67


[1] Een headcanon is een door fans bedacht idee over een fictief werk dat niet in het werk zelf staat of door de maker van werk bedacht is.

Nooit verliefd: hoe het is om aromantisch te zijn

Het is deze week Aromantic Spectrum Awareness Week (21-27 februari). Vanuit de NOA willen we van deze gelegenheid gebruik maken om meer informatie te verspreiden over aromantiek.[1] Daarbij willen we natuurlijk ook mensen die aromantisch zijn aan het woord laten. Daarom sprak onze voorzitter, Amber Witsenburg, met onze vrijwilliger Elin,[2] die zich identificeert als aromantisch en aseksueel.

Amber: Wat is aromantiek?

Elin: Aromantiek houdt in dat je geen romantische aantrekking (verliefdheid) naar andere mensen toe ervaart.

A: Wanneer en hoe kwam je erachter dat je aromantisch bent?

E: Ik was 17 toen ik de term aseksueel tegenkwam op Tumblr en me daarmee ging identificeren. Toen maakte ik nog niet zo’n onderscheid tussen seksuele en romantische aantrekking. Ik zag wel hoe dat onderscheid werd gemaakt binnen de aseksuele gemeenschap en daardoor besefte ik dat ik ook aromantisch ben. Maar ik heb er niet echt onderzoek naar gedaan.

A: Voelde je je anders dan je leeftijdsgenoten door je geaardheid?

E: Ja, ik voelde me wel anders. Vanaf groep 8 begonnen m’n vrienden crushes te krijgen en als ze vroegen op wie ik een crush had, verzon ik maar iemand. Ik bedacht me niet dat ik daar ook gevoelens bij zou moeten hebben. Toen ik dat eenmaal doorhad, leek het me het beste om maar gewoon af te wachten, want die gevoelens zouden vanzelf wel komen. Daardoor heb ik ook geen dingen gedaan die ik niet wilde. Maar ik begon me wel af te vragen wanneer die gevoelens nou zouden komen.

A: Hoe was je coming out?

E: Ik heb m’n vrienden op een hele natuurlijke manier verteld dat ik de term ‘aseksueel’ had gevonden en dat ik dacht dat dat mij beschreef. Later plakte ik daar ook aromantisch aan. Daar werd nooit moeilijk over gedaan. Bij m’n vrienden heb ik dus nooit echt een coming out gehad, maar dat ging gewoon automatisch.

Mijn ouders heb ik pas veel later verteld dat ik aromantisch en aseksueel ben. Ik durfde het ze niet hardop te vertellen, dus heb ik ze een brief geschreven. Later kreeg ik een appje van ze waarin stond dat ze van me houden en achter me staan. Eigenlijk zagen ze het al aankomen, omdat ik al langer wist dat ik niet hetero was. Mijn oorspronkelijke plan was om gewoon op een dag met een vriendin aan te komen zetten, maar dat plan viel een beetje in het water.

Ik vond het wel belangrijk om dit aan m’n ouders te vertellen, omdat ik ze wil laten weten over dat deel van m’n leven. Verder wil ik benadrukken dat je niet één coming out hebt, maar dat je telkens opnieuw uit de kast komt.

A: Hoe open ben je over je geaardheid?

E: Ik ben er helemaal niet zo open over. Ik verberg het niet, maar het komt meestal niet ter sprake. Alleen bij mensen bij wie ik me op m’n gemak voel komt er vanzelf een moment waarin ik aangeef dat ik niet op zoek ben naar een partner en niet dezelfde gevoelens heb als zij. Dat zeg ik niet als er wordt gevraagd of ik een relatie heb. Dan zeg ik gewoon nee. Maar als ik diepere gesprekken met iemand heb, geef ik het wel eens aan.

Vaak is het confronterend om er met iemand over te praten, want het is toch best intiem. Waarom zouden mensen dit over mij moeten weten? Veel mensen vinden het ook raar dat ik nog nooit een crush heb gehad. Je moet het altijd uitgebreid uitleggen. Daarom zou ik er denk ik meer open over zijn als ik lesbisch of bi was geweest.

A: Zou je een relatie willen? (In welke vorm dan ook)

E: De afgelopen tijd zit ik er wel meer aan te denken, ja. Ik ben er trots op dat ik goed alleen kan zijn en genoeg heb aan m’n eigen gezelschap, maar vooral nu met de coronamaatregelen en de avondklok denk ik toch dat het wat gezelliger zou zijn met een partner. Al m’n collega’s hebben thuis een partner, terwijl ik in m’n eentje ben. Daardoor ben ik me toch gaan afvragen in hoeverre ik het echt leuk vind om alleen te zijn. Het is alleen nog niet zover dat ik actief op zoek ga naar een partner.

A: Tegen wat voor vooroordelen loop je aan?

E: Waar ik vooral tegenaan loop is het idee dat iedereen naar een relatie streeft en dat mensen dat ook bij mij verwachten. Ook vinden mensen het soms zielig dat ik single ben en nog nooit een relatie heb gehad. Of er wordt gedacht dat er iets mist in je leven als je niet streeft naar een relatie.

Ik heb gelukkig nog nooit meegemaakt dat iemand dacht dat ik op geen enkele manier van iemand kan houden omdat ik aromantisch ben.

A: Wat voor representatie van aromantiek (bijv. in films of boeken) zou je meer willen zien?

E: Als er representatie was, zou dat al mooi zijn. Maar het zou sowieso een verbetering zijn als er in de media niet zoveel wordt gefocust op een romantisch plot. Ik wil meer verhalen zien over liefde tussen familieleden of vrienden.

A: Dan moet je ook geen romcoms kijken.

E: Maar ik hou niet van horror!

A: Wat zou je willen zeggen tegen iemand die denkt dat die misschien aromantisch is?

E: Ik zou willen zeggen: dat is helemaal prima. Jouw ervaringen zijn jouw ervaringen en die zijn echt. Omarm het en ga op zoek naar een manier waarop jij je leven wilt inrichten. Wat je ook kiest, het is allemaal oké. Je kiest er niet voor om aromantisch te zijn, maar je kunt wel kiezen hoe je je leven wilt inrichten. Als je een relatie wilt, dan kan dat. Als je dat niet wilt, is dat ook oké. Laat je niet leiden door wat andere mensen zeggen dat je moet doen. En ook belangrijk: je bent niet de enige die zich zo voelt.


[1] Lees meer informatie over aromantiek op deze pagina van onze website.

[2] Elin wil niet met haar volledige naam genoemd worden.